Hoe komt het dat jongeren met een handicap vaker worden misbruikt?

1. Jongeren hebben te weinig rechten en er is weinig of geen openheid om te spreken over zaken die met relaties en seksualiteit te maken hebben.

2. Volwassenen die hulpverlenen of verzorger zijn van jongeren met een handicap maken misbruik van de situatie, hebben een gedrags-stoornis of raken verward bij handelingen die intiem zijn maar alleen te maken hebben met hulpverlening.

3. Jongeren vanaf 12 jaar zijn van nature onzeker en kennen handelingsverlegenheid bij het contact maken met elkaar. Dat contact maken is ook niet vanzelfsprekend wanneer je voor veel zaken een volwassen begeleider naast je hebt.

4. Nieuwsgierigheid van jongeren naar seks&liefde, maar schroom bij voorlichters en hulpverleners.
Nieuwsgierigheid naar onderwerpen als verliefd zijn, relaties, seks&liefde en angst&geweld is normaal bij jonge mensen en daar moet over gesproken kunnen worden. Maar lang niet alle volwassenen die hen begeleiden of onderwijzen durven daar normaal over te spreken, ondanks het feit dat er voldoende materialen en methodieken zijn ontwikkeld.
Jongeren ervaren daardoor een onveilig gevoel in de omgeving die hen juist zou moeten beschermen en opgroei-mogelijkheden zou moeten geven.

5. Het lijkt een groot taboe terwijl de jongeren nieuwsgierig zijn: kan je zwanger worden van anale seks? Is autisme besmettelijk door zoenen? Veel jongeren halen hun informatie bij elkaar of via internet.

6. Seksueel misbruik en mishandeling vinden vrijwel altijd plaats in afhankelijkheidsrelaties.

7. Afhankelijkheid zorgt ervoor dat mensen, in wat voor soort situatie dan ook, kwetsbaar zijn om slachtoffer te worden van machtsmisbruik en geweld. Een cruciale factor bij kinderen met een beperking is dat zij juist door hun beperking in grote mate afhankelijk zijn van personen in hun omgeving. Bijzonder aan hun afhankelijkheid is dat die door de beperking vaak permanent is en niet vermindert naarmate ze ouder worden zoals anders het geval zou zijn. Mensen met een beperking zijn vaak hun hele leven lang afhankelijk van anderen.

8. De afhankelijkheidsrelaties zijn talrijk.  Zeker in vergelijking met die van een doorsnee opgroeiend kind. Dat maakt de kans op de confrontatie met een potentiële pleger van misbruik groter. Je wordt opgevoed om je aan te passen aan de verwachtingen van anderen.

9. Als jongere met een beperking moet je veel afhankelijkheidsrelaties aangaan met vaak betrekkelijk vreemden. Daardoor raak je gewend aan het je steeds noeten aanpassen aan de verwachtingen van anderen en gehoorzaam te zijn. Niet, of veel minder leren wij, zoals dat in de gewone opvoeding gebeurt, om zelfstandig, weerbaar en kritisch te zijn bij het beoordelen van de intenties van anderen.

10. Beperkte communicatiemogelijkheden maken kans op weerbaarheid minder. Omdat je vanwege je handicap beperkt kan zijn in je communicatiemogelijkheden en dus moeilijker begrepen wordt als je je grenzen wilt aangeven of melding wilt doen van misbruik.

11. Jongeren weten lang niet altijd, dat wat hen overkomt te zien als misbruik. En dat heeft weer te maken met de geringe aandacht in de opvoeding van deze kinderen voor seksuele voorlichting en informatie over misbruik en mishandeling.

12. Aandacht aan seksualiteit is afhankelijk van of een opvoeder/begeleider dat aandurft. Gewone gesprekken en seksuele voorlichtig wordt vermeden door de meeste volwassenen die met gehandicapte kinderen werken. Op school en in instellingen.

13. Kinderen met zeer uiteenlopende problemen worden samengestopt  B.v. autisme en zware verwaarlozing. Terwijl het ene kind ongeremd gedrag als probleem heeft en het andere kind thuis seksueel is misbruikt. (Een van de oorzaken: hoe complexer het kind, hoe meer geld de instelling ervoor krijgt).

14. Lichamelijk contact tussen jongeren in instellingen wordt negatief beoordeeld.Wanneer twee pubers verliefd zijn en op elkaars schoot zitten is dat gezond gedrag maar dit wordt afgestraft. Waardoor de puber geen normale positieve ervaringen opdoet met aanraken, vriendschappen, verliefdheid. Grensoverschrijdende seksuele contacten tussen jongeren met een verstandelijke beperking Dit komt voor, maar daar wordt inadequaat op gereageerd.

15. Melding van misbruik of mishandeling in instellingen wordt stelselmatig afgeraden of ontmoedigd, vanwege hoge werkdruk en de grote bureaucratische last die een melding met zich meebrengt. Het feit dat het jaarlijks maar tot 180 meldingen bij de inspectie komt, is daar een illustratie van.

16. Slecht onderzoek  na aangifte van misbruik of mishandeling Ook wordt slechte voorlichting gegeven over het onderzoek. Verstandelijk beperkten krijgen vaak formele en ambtelijke brieven over het verloop van hun proces of worden ontmoedigd om aangifte te doen, omdat het een langdurige zaak kan worden.

17. De sociale veiligheid in instellingen en op scholen laat te wensen over. Er wordt bijvoorbeeld veel gepest en jongeren voelen zich niet veilig. Fysiek of psychisch geweld door ouders wordt gekwalificeerd als kindermishandeling. Als begeleiders het doen, valt het onder het kwaliteitskader van de betrokken instelling.

18. Er is te weinig aandacht voor kindermishandeling op beroepsopleidingen. Het zou een verplicht vak moeten zijn voor alle docenten, medici en sociaal werk professionals.

19. Er is geen Nederlands onderzoek beschikbaar naar de prevalentie van kindermishandeling in brede zin onder kinderen met een beperking, wel internationaal. De conclusie daaruit is dat zij vaker slachtoffer zijn van kindermishandeling. Uit Iers onderzoek blijkt bovendien dat er bijvoorbeeld minder vaak actie wordt ondernomen of tot uithuisplaatsing wordt overgegaan bij kinderen met een beperking, omdat er voor hen (te) weinig plaatsingsmogelijkheden zijn.