Opdrachten – RECHTEN JONGEREN JUSTITIËLE JEUGDZORG

Op de deze website staat ons onderzoek dat we hebben gedaan, samen met mensen van Defence tot Children.
Het onderzoek heet: “Een einde aan geweld en misbruik in justitiële jeugdinrichtingen – 10 aanbevelingen van jongeren”. Open dat onderzoek in een aparte link. Of download het of print het.
Het staat vol met onze eigen ervaringen.

Opdracht 1  (gaat over ‘Wat is geweld?’ pagina 2)
Bedenk alleen of bespreek met een paar anderen: Wat bedoelen wij met geweld en veiligheid. Wat vind jij? Wat maak jij mee?

Opdracht 2  (gaat over ‘Onze Aanbevelingen’ vanaf pagina 4)
We willen graag reactie van je op onze aanbevelingen.
Als je dat wil doen super!
Liefst met eigen ervaringen.
Neem de tijd om die te lezen en na te denken wat jij er van vindt.
* Je kan het alleen bedenken en opschrijven of appen aan iemand /of aan ons (0655112523). Van ons krijg je een reactie. Misschien zetten we het we op de site als je dat zou willen.
* Wat ook goed kan werken is dat je de aanbevelingen met meer mensen bespreekt. Vooral met jongeren die in dezelfde situatie zitten als jij. Zorg dat je elkaar respecteert. Iedereen heeft eigen shit achter de rug en dus andere ervaringen en gevoelens. Probeer samen iets te maken (geluidstape, video, tekst) waar in staat wat jij veranderd wil zien. Heb je niemand die dat goed kan opschrijven neem dan contact op met ons (info@stukonline.com) of met de mensen van Defence for Children (staat op de laatste pagina van het onderzoeksrapport). Wij willen jullie graag helpen.

Misschien krijg je niet alle aanbevelingen in één keer af.
Kies er dan een paar uit die jet het belangrijkst vindt.
Of kom nog een keer bij elkaar.

De aanbevelingen:

1. Zorg dat wij het personeel kunnen vertrouwen
Alle deelnemers zeggen dat ze iemand nodig hebben die ze kunnen vertrouwen. Als je opgesloten zit wordt je onzeker en angstig. Ook krijgen we met veel hulpverleners te maken. Zoals een advocaat, de Raad voor de Kinderbescherming, groepsleiders, Pro Justitia. Iedereen vertelt wat anders. Wie kunnen we dan vertrouwen?
 💡 ‘Frustraties, je hebt niemand om je heen met wie je goed kan praten, geen vrijheid. Je hebt een tijdbom in je hoofd. Het is lastig om in deze situatie je hoofd boven water te houden. De een wordt emotioneel, de ander agressief. Het zijn emoties die je opkropt. Er komt altijd wel een dag dat je het niet meer kan. Buiten kan je het bij iemand neerleggen, hier houd ik het privé. Als ze hier dingen over je familie en privé weten dan wordt het tegen je gebruikt. Binnen heb je niemand met wie je kan praten over alles wat je dwars zit’.

2. Voorkom machtsmisbruik
Alle deelnemers laten weten dat ze ervaring hebben met machtsmisbruik. Een voorbeeld is personeel dat grapjes maakt over dingen die wij niet kunnen doen. Zoals naar buiten gaan en feesten. Een ernstiger vorm van machtsmisbruik die meerdere keren werd genoemd, is dat het personeel de beveiliging inroept als er een gewoon een woordenwisseling of een discussie plaatsvindt. Bijvoorbeeld roken of uiterlijk. De beveiliging grijpt dan in en stuurt de jongere naar zijn kamer of plaatst de jongere, al dan niet hardhandig, in een opvangcel of isoleercel. Het gebruik van groepsstrffen, in plaats van eerst te praten, is ook machtsmisbruik.
 💡 ‘ We zouden een discussie moeten kunnen voeren zonder dat we meteen naar onze kamer gestuurd worden. De regels, ik snap ze wel, maar ik snap ze ook niet. Ik kreeg een uur time out, omdat ik uit het raam zat te kijken. Die regels zijn raar. Bij de een mag dat wel en bij de ander juist weer niet. Duidelijkheid is wel belangrijk’.


3. Voorkom seksuele intimidatie en seksueel misbruik
Seksueel misbruik is een probleem in justitiële jeugdinrichtingen. Het gaat niet alleen om seksueel misbruik onder jongeren, maar ook om seksuele intimidatie en seksueel misbruik door personeel. Relaties van jongeren met personeelsleden komen voor. Het is echt niet goed wat jongeren soms moeten meemaken.
💡 ‘Als dat gebeurde was dat vaak in een tijd dat er steeds nieuwe mensen waren. We hebben bijvoorbeeld vijf keer een nieuw team gehad en er waren heel vaak alleen maar mensen van uitzendbureaus. Soms kwam de beveiliging ’s nachts de groep controleren. Dan is er minder personeel. Ik zag ze wel eens de cel van andere meisjes in gaan. Gelukkig is het mij niet overkomen, dat is seksueel misbruik’.

4. Kijk niet alleen naar het strafbare feit
Waarom wij problemen hebben en het criminele pad opgaan, is niet bekend bij de groepsleiding en behandelaars.
Kijk bij de behandeling niet alleen naar het strafbare feit, maar ook naar de jongere zelf en hoe het komt dat hij of zij een strafbaar feit heeft gepleegd.
💡 ’Ze zouden meer moeten weten over hoe een leven is van een jongere die hier zit. Meer interesse tonen, minder uit een dossier halen. Een dossier is toch altijd uit het oog van een ander. Je moet zelf je verhaal aan de groepsleiding kunnen vertellen. Dat kan nu niet echt. Niemand wordt zomaar een crimineel, in ieder geval de meeste mensen niet’.
💡 ‘Als kind zijnde heb ik seksueel misbruik meegemaakt. Als je dan wordt gevisiteerd vind je dat heel erg. Ik werd getreiterd en vernederd tijdens de visitatie. Er werd naar mij gefloten en ik werd uitgelachen terwijl ik daar naakt gebukt stond. Ik voelde me heel kwetsbaar. Ik zou liever willen dat er op drugs werd gecontroleerd met een drugshond’.

5. Screen het personeel goed

Personeel mist soms het overwicht om de veiligheid te garanderen. Volgens ons zouden wij bij de selectie van personeel ook een stem moeten hebben. En we willen regelmatig feedback kunnen geven over het functioneren van het personeel.
💡 ‘Het is heel verschillend. Sommige groepsleiders komen echt om te helpen en sommige hebben gewoon een baan. Die denken lekker geld verdienen of ik geef hem lekker straf, dan ben ik er vanaf. Die denken niet met ons mee en snappen niet hoe wij in sommige situaties denken’.

 

6. Verminder het gebruik van afzondering, groepsstraffen, time-out en holding
In de instellingen worden groepsstraffen toegepast. Dit gebeurt vooral als er een incident heeft plaatsgevonden, Bijvoorbeeld als er iets is vernield. Als nog niet helder is welke jongere daarvoor verantwoordelijk is, kan de hele groep worden gestraft. Het komt dan voor dat wij voor een of meerdere dagen op onze kamer worden gezet. Niemand gaat vervolgens naar school of heeft contact met de buitenwereld. Volgens ons zou met een andere aanpak meer bereikt worden.
💡 ‘Gewoon niet direct iemand in de iso plaatsen. Een bepaald gedrag komt ergens vandaan. Men moet eerst de oorzaak vinden van waar het vandaan komt, daar heb je meer aan dan iemand in de iso te dumpen, toch?’

 

7. Geef goede informatie aan ons en onze ouders bij binnenkomst en in de weken daarna.
We vinden dat we in de eerste zes weken te weinig informatie en begeleiding krijgen. We weten onvoldoende hoe dingen gaan en wat er van ons verwacht wordt. Dit wordt alleen heel snel in de eerste week uitgelegd. Het is belangrijk dat jongeren weten wat ze kunnen verwachten in een instelling. Wanneer je wordt gevisiteerd, wanneer groepsstraffen gegeven worden of wanneer plaatsing in een isoleercel wordt toegepast. Daarnaast hebben we meer en betere informatie nodig over de dagelijkse gang van zaken en wat er van ons wordt verwacht.

💡 ‘Je kan niet alle informatie geven in maar één uurtje. Ik was veertien jaar en moest van huis uit meteen naar een cel. Daar werd ik gevisiteerd. Ik vond dat erg schokkend om mee te maken’.

 

8. Neem klachten serieus 
Wij zijn van mening dat we het personeel meer kunnen vertrouwen als er serieus wordt omgegaan met onze klachten. We zouden willen dat er binnen een redelijke termijn op klachten wordt gereageerd.  Bijvoorbeeld binnen drie weken.
💡 ‘We hebben klachtenbrieven, maar ik heb er nooit iets van gehoord. Ik heb niet het idee of het wel wordt opgestuurd. Ik heb een paar klachtbrieven geschreven, maar ik heb er nooit wat van gehoord. Dat vind ik niet kunnen. Ik heb nooit een antwoord gehad’.

 

9. Betrek ons bij het beleid
Een aantal van de jongeren die we hebben gesproken zegt dat ze het tof vinden wanneer de directeur regelmatig  langskomt om te horen hoe het gaat op de groep en in de instelling. En dus met óns spreekt.
💡 ‘De mensen in de regering begrijpen meestal niet wat jongeren in een instelling willen. We hebben wel één keer met een minister gepraat. We vonden het echt super dat hij niet alleen bij de directeur langs ging, maar ook naar onze groep toekwam’.

 

10. Geef nazorg en zorg voor een aanspreekpunt als we vrijkomen.
Alle leden van het jongeren-onderzoeksteam hebben nog steeds problemen door hun verblijf in een gesloten instelling. Ze hebben problemen met geld, het verwerken van traumatische ervaringen, het vinden van een opleiding of werk, het invullen van formulieren en het maken van bezwaar tegen bijvoorbeeld onterechte aanmaningen.
Door het soms lange verblijf in een gesloten omgeving missen we belangrijke vaardigheden en gewoontes. Met werk, geld, huisvesting omgang met anderen.  Wij raden aan om jongeren die vrij komen veel langer daarmee hulp te geven.
💡 ‘Soms ben ik echt boos dat ze me op deze manier hebben laten gaan na al die jaren’.