Opdrachten – WEERSTANDEN / HULP / KINDERMISHANDELING

OPDRACHT 1
‘Weerstanden’ kan veel verschillends betekenen. Typ het woord in bij een zoekmachine en maak een lijst van wat je tegenkomt. Of kijk of je onderstaande zinnen terug kan vinden. Ga na wat er in het betreffende artikel wordt bedoeld met weerstanden en beschrijf dat. Zijn er verschillende visies ? Van waaruit komen die verschillen?
“weerstanden die een dergelijk vermoeden met zich meebrengt, belangrijk het medische model te blijven volgen om jumping to conclusions te voorkomen”
“een wijdverbreide weerstand om bij onzekerheid de expertise van andere professionals in te roepen en er heerste….”
“Weerstand bij personeel, angst om het contact met de cliënt te verliezen en angst voor de pleger”
“Daar was veel weerstand tegen de formulering ‘het’bestrijden van kindermishandeling’.”
“niet eenvoudig om samen met ouders en kin- deren oplossingen te bedenken om de veiligheid te vergroten, als er sprake is van wantrou- wen en weerstand of ontkenning van …”
“‘Er is veel weerstand bij verpleeg- en verzorgingshuizen om het onderwerp bespreekbaar te maken”.
“en geef aandacht aan de onderliggende motieven die ten grondslag liggen aan de weerstand.”
“Maar ongewild kunnen ze ook een weerstand tegen de melder oproepen…”
OPDRACHT 2
Schrijf een kort essay (max 2 A4) over WEERSTAND & SCHAAMTE.
Hierin ook jouw persoonlijke ideeën hoe je zó om kan gaan met weerstanden dat dit de hulp aan kinderen/gezinnen niet blokkeert of vertraagd.
Stuur dit naar ons info@stukonline.com
Wij verzamelen de essay’s en zullen die later op de website publiceren (na toestemming van de auteur).
OPDRACHT 3
Bestudeer bij jezelf welke weerstanden bij jouw aanwezig (zouden kunnen) zijn bij een vermoeden van kindermishandleing bij een kind in jouw omgeving.
Beschrijf zo eenvoudig mogelijk:
– de weerstand
– waarom je die weerstand hebt.
– hoe je toch wat kan doen.
– welke stappen daar voor nodig zijn.